← Table of contents
Het Auteursrecht in het Nederlandsche en internationale recht

Note 43 — Internationaal auteursrecht

Reading edition

2 Publiceeren—Over de beteekenis van het woord „publier” in de Conventie heerschte vóór 1896 eenige onzekerheid. Door sommigen werd de uitdrukking in ruimen zin opgevat, zoodat er elke openbaarmaking onder verstaan moest worden, niet alleen die door den druk, maar b.v. ook door op- of uitvoering, voorlezing, tentoonstelling, enz. Deze ruime opvatting van het woord vond eenigen steun in eene opmerking van den afgevaardigde Lavollée op de Conferentie van 1884 naar aanleiding van het woord éditeur in art. 3, waaronder deze afgevaardigde meende te moeten verstaan niet alleen een uitgever in den gewonen zin van het woord, maar ook b.v. een schouwburg-ondernemer43. Hoewel deze opvatting niet werd weersproken, mag toch worden betwijfeld, of zij in 1884 algemeen werd gedeeld. Reichardt verklaarde dienaangaande op de Conferentie van Parijs: „On tenait avant tout à aboutir, c’est pourquoi aucune voix ne s’éleva pour réclamer contre cette interprétation”44; en deze zelfde afgevaardigde had reeds in 1885 bij de bespreking van artikel 2 opgemerkt, dat de Duitsche wetenschap en jurisprudentie eene mondelinge publicatie (par la parole) van een letterkundig werk niet erkent45. Ik meen daarom, dat ook vóór 1896 de uitdrukking „publier” in de Conventie de beteekenis had van „in druk verschijnen” en dat daaronder niet viel op- en uitvoering en tentoonstelling46.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings