Note 41 — Internationaal auteursrecht
Reading edition
De Conventie neemt dus de nationaliteit van den auteur tot criterium, en niet, zooals de Nederlandsche wet, de woonplaats; op de moeilijkheden, die uit dit verschil van stelsel bij onze aansluiting zouden voortspruiten, kom ik zoo aanstonds nog terug. Ik wil er hier slechts even op wijzen, dat wanneer ons land bij de Conventie zal zijn aangesloten, onder de „tot den Nederlandschen staat behoorende auteurs” gerekend zullen moeten worden niet alleen de „Nederlanders” volgens de wet van 12 December 1892 (Stbl. 268), maar daarenboven zij, die sommige schrijvers „onderdanen” noemen, hoewel zij volgens art. 12 van de wet van 1892 tot de „vreemdelingen” behooren, en waartoe o. a. gerekend moet worden de geheele inlandsche en daarmede gelijkgestelde bevolking van Nederlandsch-Indië41. In een onlangs (16 April 1909) bij de Tweede Kamer ingediend wetsontwerp wordt het Nederlandsch-onderdaanschap van de eigen bevolking van Nederlandsch-Indië uitdrukkelijk erkend42. Indien dit ontwerp vóór onze toetreding tot de Conventie wet is geworden, zal men het woord „ressortissants” met betrekking tot ons land kunnen vertalen met „Nederlandsche onderdanen”, wat dan zal beteekenen: allen, die naar ons recht niet tot de vreemdelingen behooren.