Note 173 — Historische inleiding
Reading edition
De houding onzer tegenwoordige Regeering tegenover dit vraagstuk is niet meer twijfelachtig. Een jaar geleden gaf zij reeds blijk, van onze aansluiting tot het Verbond niet afkeerig te zijn, door afgevaardigden te zenden naar de Berlijnsche Conferentie. Ons land is aldaar vertegenwoordigd geweest door: Mr. F. W. J. G. Snijder van Wissenkerke, directeur van het Bureau voor den industrieelen eigendom, Mr. L. J. Plemp van Duiveland, hoofdredacteur van de Nieuwe Courant, Herman Robbers, bestuurslid van de Vereeniging van Letterkundigen en W. P. van Stockum, uitgever. Hoewel deze gedelegeerden slechts ad audiendum de zittingen der Conferentie bijwoonden, is toch hunne tegenwoordigheid te Berlijn niet zonder beteekenis geweest. Mr. Snijder van Wissenkerke legde er namens de Nederlandsche Regeering de verklaring af, dat deze onze aansluiting oprecht wenschte te bevorderen, en dat het voornamelijk van de resultaten der Conferentie af zou hangen, of zij hierin binnenkort zou slagen173. De andere ter Conferentie vertegenwoordigde staten toonden van hun kant, dat zij hiertoe wenschten mee te werken. Het was ongetwijfeld voornamelijk met het oog op ons land, dat in de herziene Conventie de bepaling werd opgenomen, die aan de staten, welke nog tot het Verbond wenschen toe te treden, daartoe de mogelijkheid opent, zonder dat zij gedwongen zijn alle hervormingen van Berlijn te aanvaarden.