Note 137 — Historische inleiding
Reading edition
Zoowel in de M. v. T. als in de M. v. A. was door de Regeering verklaard, dat zij de werken van beeldende kunst niet onder de beschermde producten had opgenomen, omdat het wenschelijk scheen daarvoor eene afzonderlijke regeling vast te stellen. Bij Koninklijke Boodschap van 12 Febr. 1884 werd dienovereenkomstig een ontwerp van wet bij de Tweede Kamer ingediend137. In de memorie van toelichting werd de noodzakelijkheid van bescherming der kunstenaars bepleit, o. a. met verwijzing naar verschillende buitenlandsche wetgevingen en met een beroep op de beginselen, die bij de wet van 28 Juni 1881 gehuldigd waren.