Note 135 — Historische inleiding
Reading edition
Den 1sten Juni kwam het wetsontwerp in de Tweede Kamer in openbare behandeling135. De algemeene beraadslagingen liepen voornamelijk over den theoretischen grondslag en het karakter van het auteursrecht. Uit hetgeen minister Modderman hierover naar aanleiding van de opmerkingen van de heeren Schaepman en Oldenhuis Gratama in het midden bracht, bleek, dat de Regeering den „intellectueelen eigendom” verwierp, maar niettemin een recht der auteurs op bescherming erkende en daarmede den plicht des wetgevers, om het door wettelijke voorschriften te doen eerbiedigen. De minister noemde het auteursrecht een jus sui generis, noch tot de zakelijke, noch tot de persoonlijke rechten behoorende, maar dat gerangschikt moest worden onder de absolute vermogensrechten.