Note 119 — Historische inleiding
Reading edition
De eerste wet op het auteursrecht, geldende voor alle provinciën, was de Publicatie van het Staatsbewind der Bataafsche Republiek van 3 Juli 1803119. Ook hierin was de bescherming der uitgevers nog hoofdzaak; er werd nu echter ook van de „opstellers” der boeken gesproken, die in de publicatie van het provinciaal Bestuur van Holland niet eens waren genoemd. Het kopierecht werd verleend aan ieder, die „in de Bataafsche Republiek een oorspronkelijk werk uitgeeft, waarvan hij het gewoonlijk alzoo genoemd, Regt van kopij of bezit, omdat hij zelf daarvan de opsteller is, of om niet, of voor geld, of op eene andere, mits wettige wijze, bekomen heeft” (art. 2).