Note 118 — Historische inleiding
Reading edition
Men erkende dus een „eigendomsregt” op geschriften, dat zijn oorsprong vond in den auteur, doch de bescherming werd niet aan deze laatsten, maar aan de uitgevers verleend. Al komt deze regeling, zooals o.a. door Mr. de Ridder wordt opgemerkt118, in de gevolgen voor de auteurs vrijwel op hetzelfde neer, daar zij zich bij contract tegen eventueele willekeur der uitgevers konden beveiligen, er blijkt toch uit, dat al waren de privilegiën afgeschaft, het beginsel, dat er aan ten grondslag had gelegen, nog bleef nawerken. Over de schrijvers wordt in de geheele publicatie niet gesproken.