← Table of contents
Het Auteursrecht in het Nederlandsche en internationale recht

Note 103 — Historische inleiding

Reading edition

In de zeventiende eeuw was het in het algemeen voor de auteurs waarschijnlijk niet veel beter gesteld. Van schrijvers, die zich met hun arbeid verrijken, hoort men niet; als er iets met een boek te verdienen is, strijkt de drukker dit meestal op. Zoo schrijft Maria van Reigersbergh aan haar echtgenoot in een brief van 12 Augustus 1624 o. a.: „Ick hebbe met Erpenius gesproecken raeckende het drucken van U. E. bouck. Zoo veel hebbe ick wel verstaen, datter wel profyt mede te doen is, het tselve tot onse kosten te laeten drucken, maer het kompt altemael aen op het distribuweeren ende datter qualyck geldt wt de bouckverkoopers handen te crigen is”103. In een volgend schrijven raadt zij Hugo de Groot, een paar honderd exemplaren van den uitgever voor zich te bedingen104.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings