← Table of contents
Het Auteursrecht in het Nederlandsche en internationale recht

Note 90 — Historische inleiding

Reading edition

In eene briefwisseling tusschen Hugo de Groot en eenige zijner naaste verwanten en vrienden in de jaren 1623 en volgende wordt herhaaldelijk gesproken van de omstandigheid, dat van de Groot’s Inleydinge tot de Hollandsche rechtsgeleertheid, welke de schrijver oorspronkelijk uitsluitend voor zijne kinderen en zijn jongsten broeder had bestemd, verschillende afschriften in omloop waren. Op grond daarvan wordt hij aangemaand zelf tot de uitgave van dit werk over te gaan, vóórdat anderen hem daarin vóór zouden zijn; De Groot achtte deze waarschuwing niet ongegrond en besloot ten slotte om de genoemde reden zijn werk te doen uitgeven. Het blijkt echter niet, dat hij in eene uitgave buiten zijn toedoen en toestemming door een ander iets onrechtmatigs zou hebben gezien; wel duidt hij in een zijner brieven met plagium aan het feit, dat afschriften in handen van anderen waren gekomen90.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings