Note 69 — Historische inleiding
Reading edition
De privilegiën voor prenten en gravures werden, in tegenstelling met de boekdrukkersprivilegiën, bijna altijd aan den auteur zelf, den schilder of „plaetsnyder”, verleend. Dit is ook zeer verklaarbaar, want wie een afbeelding in koper of hout had gesneden kon zonder behulp van anderen naar het door hem vervaardigde cliché exemplaren afdrukken en zal dus in de meeste gevallen wel zelf voor de uitgave van zijn werk hebben gezorgd. Doch het kwam ook voor, dat graveurs voor anderen werkten, die dan op hun naam het privilegie aanvroegen69.