← Table of contents
Het Auteursrecht in het Nederlandsche en internationale recht

Note 68 — Historische inleiding

Reading edition

Het verdient nog opmerking, dat in de aangehaalde mededeelingen van privilegie-overdrachten reeds enkele malen het woord kopierecht wordt gebruikt. Dit kopierecht was natuurlijk niet anders dan het uitsluitend recht tot drukken, zooals het in het privilegie stond omschreven. Buiten het privilegie bestond geen kopierecht. Men zou geneigd zijn het tegendeel op te maken uit uitdrukkingen als: „... alle de Exemplaeren en Copie Regt, ende Privilegie...” of: „... met den eygendom der Copie, ende Privilegie...”, alsof er dus behalve het privilegie nog een afzonderlijk recht van kopie bestond. Ik vond zelfs een voorbeeld van „kopie-recht”-overdracht in een geval waar geen privilegie, dus ook geen kopierecht bestond. Op 17 Februari 1718 kocht nl. Joannes Oosterwijk, boekverkooper te Amsterdam, van Johannes de Wees „alle de Exemplaaren, van de Treurspeelen van Joost van Vondel.... nevens de overleveringe, als mede het volle recht van Copyen”, terwijl hij eerst een jaar later (5 Jan. 1719) voor deze werken een privilegie (dus een werkelijk kopierecht) verkreeg68.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings