← Table of contents
Het Auteursrecht in het Nederlandsche en internationale recht

Note 66 — Historische inleiding

Reading edition

Uit het bovenstaande blijkt de onjuistheid van de bewering van Mr. van den Velden66, dat de „privilegiën persoonlijk waren, dat is: dat zij slechts aan eenen bepaalden persoon of eene bepaalde vereeniging toegestaan werden, zoodat zij niet door koop of anderszins, konden worden overgedragen en met den dood van den bevooregten persoon, of de ontbinding van de vereeniging, te niet gingen.” Ik meen, dat na de genoemde voorbeelden eerder het tegendeel als regel kan worden aangenomen en dat slechts bij hooge uitzondering persoonlijke, onvervreemdbare privilegiën werden verleend. Tot deze laatsten zal men dan wellicht hebben te rekenen die, welke zelf de bepaling inhielden, dat zij met den dood van den geprivilegieerden persoon of na opzegging door de Staten een einde namen67.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings