← Table of contents
Het Auteursrecht in het Nederlandsche en internationale recht

Note 57 — Historische inleiding

Reading edition

Soms werd het privilegie verleend aan de kinderen of de weduwe van den schrijver; in 1585 kreeg „Alijt Meynaerts, arme desolate weduwe wylen Adriaen Gerritsz. ... met hare kinderkens” octrooi voor de „kaerten, Instrumenten ende Practijcquen” die haar man had achtergelaten57. Doch er zijn ook gevallen, waar volstrekt geen reden is te vinden, waarom het privilegie nu juist aan dien bepaalden persoon en niet aan een ander wordt verleend. Aan Johannes Lydius b.v. werd in 1611 door de Staten-Generaal toegestaan „omme alleene by Loys Elsevier te mogen doen drucken ende vuytgeven, Opera Nicolai Clemangii, die voor twee hondert jaren tegen het pausdom geschreven zyn”58. Waarschijnlijk was het bezit van het handschrift of, zoo het een reeds vroeger uitgegeven werk was, van een gedrukt exemplaar, alles, wat voor het verkrijgen van het privilegie noodig werd geoordeeld. Eenmaal vond ik een privilegie verleend aan iemand, die het handschrift van het werk niet zelf bezat: aan Johan Janss. voor Johannis Drusii annotationes in Genesin etc. Onder het besluit, waarbij dit privilegie werd verleend, leest men in de Resolutiën der Staten-Generaal: „Is voorts geaccordeert te schrijven aan Abelium Curiandrum, schoonsoone van wylen den wytberoemden hoochgeleerden Johannis Drusii, dat hy Jan Janss. boeckvercooper tot Aernhem, zyns swaegers, in handen stelle het origineel vant voors. bouck om dat te drucken”59.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings