← Table of contents
Het Auteursrecht in het Nederlandsche en internationale recht

Note 36 — Historische inleiding

Reading edition

Soms werd—wat met de beginselen van het auteursrecht niet te rijmen zou zijn—aan één persoon de uitsluitende bevoegdheid verleend, een bepaald onderwerp in beeld te mogen brengen en te verspreiden, zooals in het den 28sten Juni 1603 aan Balthasar Florisz. verleende octrooi, om „voor 4 jaren alleen te mogen drucken de intogt vanden leger van de heren staten generael der vereen. Nederlanden in Vlaenderen” en in een denzelfden dag aan Herm. Rem verleend „voor 4 jaren alleen in ’t coper te mogen snyden ende uytgeven de victorie, die Godt den lande gelieft heeft te verlenen thegen des vijants galleyen voor het Gat vander Sluys.”36 Een privilegie van dezen aard werd blijkbaar ook verlangd door den schildergraveur P. Holsteyn, die van de afgevaardigden van verschillende landen, die in 1646 te Munster voor het voorbereiden van den vrede waren bijeengekomen, portretten in den handel wenschte te brengen. In zijn Request aan de Staten-Generaal wordt o. a. aangevoerd, dat hij „...sijn voornemen bijnae ten eynde gebracht heeft en weynich resteert, omme Uwe Ho: Mo: de perfeckste gelijckenisse van alle de voorsz. Heeren Plempen in een boeck te vertoonen... waerin wellicht andere, dien het (: sonder mij te beroemen:) daerinne niet soo wel geluckt is, mij bij Uwe Ho: Mo: souden soecken te prevenieren ende Octroy te obtineren... enz.”37.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings