Note 95 — Grondslag en rechtskarakter
Reading edition
Wij hebben hier dus een aantal voorbeelden van een recht van den auteur ten aanzien van zijn werk, dat van het auteursrecht wel dient te worden onderscheiden. In de gevallen, waar het persoonlijkheidsrecht en het auteursrecht in ééne hand zijn en waar het eerste als het ware in het laatste is opgelost, komt de noodzakelijkheid dezer onderscheiding niet zoozeer uit. Toch is het terwille van een goed begrip ook dáár wenschelijk, de twee rechten uit elkander te houden. Wij hebben in die gevallen, zooals Kohler het uitdrukt, met een Doppelrecht te doen, d.w.z. twee rechten, die tegen dezelfde handelingen bescherming verleenen. Wie b.v. tegen den wil van den auteur een werk, dat deze nog in manuscript heeft, uitgeeft, maakt inbreuk zoowel op het auteursrecht (uitsluitend exploitatie-recht) als op het persoonlijkheidsrecht (recht om te beslissen of het geschrift al dan niet openbaar zal worden gemaakt). Ook met eigendom kan het persoonlijkheidsrecht op eene dergelijke wijze samengaan. Het binnendringen in een huis b.v. kan tegelijkertijd zijn een schending van het eigendomsrecht en van het persoonlijkheidsrecht (recht op huisvrede)95. Practische beteekenis heeft het persoonlijkheidsrecht eerst, wanneer er geen ander recht is, waaruit hetzelfde verbod is af te leiden. Huisvredebreuk kan b.v. ook gepleegd worden tegen iemand, die niet het minste recht op het door hem bewoonde huis kan doen gelden; dan is het dus alleen het persoonlijkheidsrecht, waarop inbreuk wordt gemaakt. En zoo kan ook het persoonlijkheidsrecht van den auteur voorkomen zonder auteursrecht; wanneer b.v. dit laatste is vervreemd of indien het een werk betreft, dat niet tot de beschermde auteursproducten is te rekenen, zoodat er in het geheel geen auteursrecht heeft bestaan.