Note 88 — Grondslag en rechtskarakter
Reading edition
Op de door Mr. de Ridder gestelde vraag, of men zou meenen dat het letterkundig product een bestaan heeft, afgescheiden van de voorwerpen waarin het is belichaamd (handschrift of gedrukte exemplaren), aarzel ik dus niet een bevestigend antwoord te geven. De constructie van het auteursrecht als een recht op een immaterieel goed berust dus niet op eene fictie; zij is evenzeer in overeenstemming met de feitelijke verhoudingen als die van eigendom, vruchtgebruik, hypotheek, enz. als rechten op lichamelijke zaken. En wat het door Jolly aangevoerde bezwaar betreft, dat men zich dit niet met volkomen helderheid zou kunnen denken, dit geldt dan zeker nog in verhoogde mate tegen de toch vrijwel algemeen geldende leer, volgens welke rechten als zaken worden beschouwd; waardoor men komt tot de constructie van een recht, hetwelk tot object heeft een ander recht. Indien men zich dit begrip duidelijk voor den geest kan stellen, dan behoeft Kohlers Immaterialgüterrecht evenmin eenige moeilijkheid op te leveren88.