Note 87 — Grondslag en rechtskarakter
Reading edition
Er is echter geen diep wijsgeerig inzicht voor noodig om te erkennen, dat wat aldus voor werkelijkheid wordt aangezien en als zoodanig van hetgeen „alleen in de voorstelling bestaat” ten scherpste wordt onderscheiden, nog geen absolute werkelijkheid is, d.w.z. dat daaraan geen zelfstandig bestaan, onafhankelijk van ons denken, mag worden toegekend. De dingen, zoowel lichamelijke als onlichamelijke, bestaan slechts voor ons voor zoover wij er ons eene voorstelling van hebben gevormd; van beide soorten geldt gelijkelijk, dat zij niet in de ervaring zijn gegeven, „maar ondersteld om de ervaring te helpen begrijpelijk maken”87. De voorstelling van het „ding” of voorwerp moet dus in onzen geest worden gevormd, daar de zintuigen ons niet meer brengen dan een aantal gewaarwordingen, die niet het ding zelf of deelen er van zijn, maar kenteekenen voor onzen geest van zijne aanwezigheid.