Note 80 — Grondslag en rechtskarakter
Reading edition
Men heeft echter de moeilijkheid niet opgelost door de denkbeelden, die in een geschrift geuit worden, te noemen den inhoud en de wijze waarop de auteur die denkbeelden in „het kleed der taal heeft gestoken” den vorm en dan te zeggen: de inhoud is gemeen goed, de vorm behoort den auteur. Zonder de beide woorden nader te definieeren, komt men met deze ontleding niet veel verder. Alleen reeds de groote verscheidenheid van geschriften maakt eene nauwkeurige omschrijving van hetgeen men met „vorm” en „inhoud” bedoelt, noodzakelijk. Men kan niet zonder meer de onderscheiding toepassen zoowel op een roman als op een wetenschappelijk werk, zoowel op een lyrisch gedicht als op een tooneelstuk. Doch ook als men slechts ééne bepaalde soort geschriften op het oog heeft, dient men de beteekenis, aan de woorden „vorm” en „inhoud” te hechten, beter vast te stellen, dan gewoonlijk door de schrijvers over auteursrecht wordt gedaan. Zooals die termen thans dikwijls worden gebruikt, zijn zij eerder geschikt om verwarring te brengen dan om mede te helpen tot eene juiste karakteriseering van het immaterieele object van het auteursrecht. Eene geliefkoosde redeneering van vele schrijvers, die echter wegens hare oppervlakkigheid alle waarde mist, is b.v. de volgende: Het auteursrecht beschermt alleen den vorm; wanneer een geschrift wordt vertaald geeft de vertaler er een nieuwen vorm aan; derhalve kan de auteur zich niet verzetten tegen de uitgave van eene vertaling van zijn werk; het auteursrecht omvat dus niet het uitsluitend vertalingsrecht80.