Note 77 — Grondslag en rechtskarakter
Reading edition
In hoeverre de eigendomstheorie, wat het laatste betreft, te kort schoot, meen ik het best te kunnen aantoonen, door een oogenblik stil te staan bij de beschouwingen van een harer meest scherpzinnige voorstanders, nl. den Duitschen wijsgeer Fichte. Deze redeneert ongeveer als volgt:77 Als ik een boek koop, word ik eigenaar van het bedrukte papier en daar dit maar één eigenaar kan hebben, neemt het recht van den schrijver daarop een einde. Waar ik ook eigenaar van kan worden, is van de in het geschrift vervatte gedachten, doch dit is geen uitsluitende eigendom, want ieder bezitter van een exemplaar, die genoeg ontwikkeld is en zich de noodige moeite geeft, kan hetzelfde bereiken. Van de gedachten kunnen dus meerdere eigenaars naast elkaar bestaan. Derhalve zijn noch het boek (in den materieelen zin van het woord) noch de gedachten voorwerp van het eigendomsrecht, dat het uitsluitend recht van drukken inhoudt, daar de schrijver bij de uitgave den uitsluitenden eigendom daarop verliest.