Note 62 — Grondslag en rechtskarakter
Reading edition
De redeneering van Schaeffle komt in het kort op het volgende neer. De uitgave van een boek (om ons hierbij nu maar te bepalen) is eene onderneming, eene combinatie van arbeid en kapitaal. Evenals bij elke andere onderneming geeft het aanwenden van arbeid en kapitaal aanspraak op belooning, indien het voortgebrachte product in eene economische behoefte voorziet (ondernemersloon, en, als daar termen voor zijn, ook ondernemerspremie)62. Doch zoolang het ieder vrijstaat het uitgekomen boek na te drukken, is het den oorspronkelijken uitgever niet mogelijk deze vergelding (speciaal de ondernemerspremie) te genieten. De oorzaak hiervan ligt in de eigenaardige eigenschappen van het voortgebrachte product in het economisch verkeer. Hier komt nu het onderscheid uit tusschen de „symbolische” of „darstellende Güter” en de „nüzliche Güter”. Beiden vereenigen in zich, zooals gezegd, een materieel en een geestelijk element en bij beiden wordt het geestelijk element na korter of langer tijd gemeengoed. Het verschil is, dat dit proces (het gemeen-goed worden van het „geestelijke”) bij de goederen van de tweede soort langzamerhand geschiedt, bij de „darstellende Güter” echter in eens. Om een boek na te drukken behoeft men geene proeven te doen, men behoeft zijne arbeiders er niet afzonderlijk voor te doen africhten, in één woord: het is niet noodig de tijd en geld kostende voorbereidselen te maken, die bij zuiver industrieele producten dengeen die ze het eerst op de markt bracht een voorsprong op de namakers geven. De nadrukker heeft te beschikken over een „... mechanisch- und chemisch-technischen, unmittelbar schlagfertigen Nachahmungs-apparat vom gleicher Vollendung, wie derjenige des Original-verlegers ist”63.