Note 59 — Grondslag en rechtskarakter
Reading edition
„Ces lois sont universelles; elles s’ appliquent à toutes les espèces de produits et de service, et ne souffrent pas d’exception,” voegt Proudhon hier nog bij, maar hij schijnt te vergeten, dat wat hij „lois d’échange” noemt, geen bindende regels zijn, die voorschrijven wat recht is. Dat de bakker die zijn brood, en de boer die zijn aardappelen verkocht heeft, geen recht meer op hun voortbrengsel kunnen doen gelden, is niet omdat de door de economen opgespeurde wetten van het ruilverkeer dat zoo willen, maar omdat de wet, die den privaten eigendom van brood en aardappelen erkent, dit gevolg aan hunne handeling verbindt. Indien de schrijver, evenals de bakker, zijn product kon inruilen, dan zou het auteursrecht-vraagstuk geen moeilijkheden meer opleveren, of liever: door dit te beweren, plaatst men zich op het standpunt, dat het vraagstuk al opgelost is; immers het begrip ruiling veronderstelt de erkenning van privaten eigendom op het voorwerp, dat verruild wordt, en het gaat hier juist om de vraag, of er een recht op het intellectueele product verleend zal worden. Met eene „economische” theorie als deze komt men dus niet verder59.