Note 33 — Grondslag en rechtskarakter
Reading edition
„Van den materieelen eigendom zie ik niet slechts het algemeen belang in, ik zie niet slechts die overtuiging algemeen gedeeld, maar ik meen een toestand, waarin die eigendom ontbrak, onmogelijk te kunnen heeten. Den eigendom kan ik niet wegdenken, of ik denk de geheele maatschappij weg. En aangezien ik nu geloof aan de harmonie tusschen recht en nuttigheid en daardoor reeds, zoodra iets algemeen en in verschillende tijden als nuttig werd gequalificeerd, een zwaar vermoeden heb, dat het ook werkelijk nuttig en rechtvaardig is,—zoo durf ik hier van de onmogelijkheid van het niet bestaan van den eigendom te concludeeren tot het recht, tot het waarachtig nut van dat instituut. Ik buig mijne knie voor het „fait accompli”, dat zich niet „non accompli” laat denken. Het nut is hier, zooals Stuart Mill terecht zegt (Utilitarianism p. 79), zooveel grooter en zooveel tastbaarder, dat het verschil in graad een werkelijk verschil in soort wordt”33.