Note 32 — Grondslag en rechtskarakter
Reading edition
Doch welken maatstaf mr. Viëtor heeft willen aanleggen bij zijn onderzoek naar den rechtsgrond van het auteursrecht, is niet geheel duidelijk. Schr. erkent zelf dat hij niet zou weten „hoe het abstracte recht van den eigendom aan te toonen”32, hoewel toch de eigendom behoort tot de rechten, wier al of niet handhaving hij niet van hunne nuttigheid wil doen afhangen. Toch weet hij eene motiveering voor den eigendom te vinden buiten de doelmatigheid om: