Note 145 — De objecten
Reading edition
Object van het auteursrecht van den beeldenden kunstenaar is—het zal wel nauwelijks behoeven te worden gezegd—niet het lichamelijke voorwerp, dat de schepping verwerkelijkt, maar de onlichamelijke schepping zelve. Om hiervan een goed denkbeeld te krijgen, moeten wij ons het kunstwerk denken ontdaan van de materieele hulpmiddelen die de kunstenaar heeft gebruikt om zijne conceptie aanschouwelijk te maken. „Wir müssen,”—zooals Kohler het uitdrukt—„von der concreten Darstellung abziehen einmal die äuszere Form (d. w. z. het procédé: krijtteekening, olieverf, aquarel enz. enz.) müssen uns daher vergegenwärtigen, was das gemeinsame ausmacht, wenn wir das Bild in verschiedenen Kunstformen wiedergeben”145.