← Table of contents
Het Auteursrecht in het Nederlandsche en internationale recht

Note 138 — De objecten

Reading edition

Ik moet bekennen, dat de waarde van dit argument mij ten eenenmale ontgaat, doch ik wil er in één adem bijvoegen dat er voor de meening, die men er tegenover zou kunnen stellen (volgens welke dus het al of niet „dramatische” van een werk naar zijne meer innerlijke eigenschappen, zijn opzet en bouw zou moeten worden beoordeeld) al evenmin veel is te zeggen. Het beste schijnt mij, de vraag meer van opportunistisch standpunt te beschouwen, zooals Kohler o. a. deed. Deze redeneerde als volgt: het onderscheid, dat de wet maakt (zijn betoog had betrekking op de oude Duitsche wet van 1876, nu vervangen door die van 1901) tusschen dramatische en niet-dramatische muzikale werken is in beginsel af te keuren daar de laatste evengoed bescherming verdienen als de eerste; de bepaling is alleen te verdedigen als een overgangsmaatregel, zoolang tegen een onvoorwaardelijk uitvoeringsrecht van muziekstukken nog practische bezwaren worden gemaakt, die echter bestemd is te verdwijnen (in dit opzicht heeft Kohler goed gezien); en zijn slotsom is deze: „in Zweifel ist darum ein Musikstück als dramatisch-musikalisch zu betrachten”138.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings