Note 131 — De objecten
Reading edition
Wij hebben gezien, dat de melodie, die een eigen, ook zonder begeleiding verstaanbare, muzikale gedachte uitdrukt, de melodie dus in den engen zin van het woord, als eene muzikale compositie is te beschouwen, doch niet het thema, waaruit zij is opgebouwd. Daaruit volgt, dat elke bewerking, waarin de melodie van een ander is overgenomen, zonder diens toestemming niet mag worden geëxploiteerd; wel geoorloofd is echter de bewerking, waarin alleen het oorspronkelijke thema is te herkennen. Dit is vooral van belang met het oog op de variaties, die dikwijls gemaakt worden op thema’s of melodieën van andere componisten131. Wij hebben verder gezien, dat ook het harmoniseeren en instrumenteeren elementen zijn van den scheppenden arbeid van den componist. Vandaar dat ook auteursrecht toekomt aan hem, die aan eene melodie, waarop hij geen recht kan doen gelden, eene oorspronkelijke harmonische bewerking heeft gegeven en zelfs aan hem, die niets anders gedaan heeft dan een bestaand muziekstuk opnieuw te instrumenteeren. Dit is, zooals reeds betoogd werd, geen recht op de harmonie of de instrumentatie op zichzelf, doch een recht op het concrete toonwerk, dat door de nieuwe harmoniseering of instrumenteering tot stand is gekomen. Natuurlijk geldt ook hier, dat de bewerker geen recht heeft op de bestanddeelen, die hij uit het werk van een ander heeft overgenomen. Hij die b.v. een piano-uittreksel heeft gemaakt van een orkeststuk kan alleen verhinderen, dat dit piano-uittreksel wordt nagedrukt of uitgevoerd, niet dat anderen van hetzelfde stuk eene nieuwe bewerking voor piano of voor andere instrumenten uitgeven en nog veel minder dat eene melodie uit het stuk wordt overgenomen.