← Table of contents
Het Auteursrecht in het Nederlandsche en internationale recht

Note 128 — De objecten

Reading edition

Mr. Viotta geeft in zijn proefschrift er een merkwaardig staaltje van, hoe men door de melodie van een stuk muziek (hij nam hiervoor de eerste maten van het Meistersinger-voorspel) te vervangen door eene andere, doch met behoud van de oorspronkelijke harmonie, een inderdaad nieuw muziekstuk doet ontstaan128. Minder juist is echter de beschouwing, die deze zelfde schrijver daarna laat volgen, waarmede hij tracht aan te toonen, dat het bovengenoemde beginsel in sommige gevallen uitzondering zou kunnen lijden, dat dus een recht op de harmonie op zichzelf niet geheel zou zijn uitgesloten. Dit zou nl. dán het geval zijn, wanneer eene eigenaardige harmonische bewerking is gegeven aan eene melodie, die zonder deze bewerking geen voorwerp van auteursrecht kon uitmaken. Het woord melodie moet hier natuurlijk worden opgevat in den ruimen zin van: opeenvolging van enkele tonen; want eene melodie in den engeren zin is—zooals hierboven betoogd is—altijd als een muzikale schepping en bijgevolg als object van des componisten auteursrecht te beschouwen. Doch er zijn opvolgingen van tonen, die op zichzelf niets uitdrukken en die dus niet aan dezen of genen componist zouden kunnen toebehooren. Mr. Viotta noemt als voorbeeld een neerdalende chromatische toonladder, welke de „melodie” uitmaakt van een stuk muziek van Richard Wagner, een gedeelte nl. van het derde bedrijf van „die Walküre”129. Daar hier de melodie geen voorwerp van auteursrecht uitmaakt, maar wél de eigenaardige harmonische bewerking, die Wagner er aan gegeven heeft, kan men volgens mr. Viotta in dit geval spreken van een auteursrecht ten aanzien der harmonie. Dit is in zooverre juist, dat eerst door de harmonische bewerking een auteursproduct is ontstaan; onjuist is echter, wat mr. Viotta schijnt te bedoelen, dat de harmonie op zichzelf hier voorwerp van auteursrecht zou zijn. Het tegendeel zou kunnen gedemonstreerd worden op dezelfde wijze als mr. Viotta dit met het Meistersinger-voorspel deed, door n.l. dezelfde volgorde van accoorden als begeleiding voor eene andere melodie te laten dienen. Zoodoende zou men ook in dit geval een geheel nieuwe compositie verkrijgen, waarvan de exploitatie geen inbreuk op Wagner’s auteursrecht zou uitmaken.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings