← Table of contents
Het Auteursrecht in het Nederlandsche en internationale recht

Note 117 — De objecten

Reading edition

„Ik voor mij ben er thans ten volle van overtuigd, dat de wetgever ermede bedoeld heeft (wat ook trouwens volgens grammatica en spraakgebruik juist is): een boek met platen, evenwel met deze restrictie, dat de platen hoofdzaak en de tekst bijzaak zij”117. Met uitzondering van de laatste toevoeging, waarvoor ik niet den minsten grond zie, ben ik het hiermede volkomen eens. Deze uitlegging strookt ook met de boven aangehaalde opmerkingen uit de memorie van toelichting. Van geïllustreerde boeken laat zich met meer recht dan van losse etsen of gravures zeggen, dat zij „aan letterkundige werken zeer nauw verwant zijn” en tevens, dat zij evenals dezen „een voorwerp van den boekhandel uitmaken.” De overweging is blijkbaar deze geweest, dat tekst en illustratie bij elkaar hooren en daarom ook in dezelfde wet bescherming moeten vinden. Toch komt men met deze uitlegging tot zonderlinge gevolgtrekkingen. Mr. Robbers verhaalt, hoe een boekverkooper, die een oorspronkelijke ets van H. M. de Koningin in den handel had gebracht, moest toezien, dat deze straffeloos werd nagedrukt. Doch indien diezelfde boekverkooper „niet één ets had laten maken naar Hare Majesteit, maar een zeker aantal, in verschillende kleederdrachten, wanneer hij dan die etsen met een paar mooie lintjes aan elkaar had doen rijgen, een kort bijschrift had gevoegd bij elke plaat en ten slotte het stelletje gelegd had in een portefeuille, voorzien van een titel, dan zou hij naar alle waarschijnlijkheid als door de wet beschermd worden beschouwd, omdat hij een plaatwerk had tot stand gebracht.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings