Note 12 — De objecten
Reading edition
Wat de ensceneering en costumeering van een tooneelstuk betreft, hieraan ontbreken de kenmerken van eene artistieke schepping, van een kunstwerk, ten eenenmale. Kohler merkt hierover zeer juist op: „Allerdings besteht die Theaterausstattung nicht blosz aus den Aufzügen und Gewändern, sondern auch aus dem Arrangement der Zimmer, aus der Gruppirung der Naturobjecte—diese ist aber ebenso wenig ein Kunstwerk, als ähnliche Arrangements im Leben es sind”12. Hij maakt dan nog verder de opmerking, dat een enkel stuk van het decor, een schilderij, dat in de kamer, welke het tooneel verbeeldt, is opgehangen, een gobelin enz. wel als werken van beeldende kunst object van auteursrecht kunnen zijn, doch dat het feit, dat zij tot de aankleeding van het stuk behooren, daarbij niet in aanmerking is te nemen. Dit komt mij voor, de juiste opvatting te zijn. Wat wij, in de schouwburg-zaal zittend, binnen het raam der tooneel-opening aanschouwen, is niet de in beeld gebrachte voorstelling van een kunstenaar, maar een stukje werkelijkheid; de lijnen en kleuren, die wij in het tafereel bewonderen, zijn die van de voorwerpen en van de personen zelf, welke zich op het tooneel bevinden. Het schikken en groepeeren kan dus niet als het scheppen van een kunstwerk worden beschouwd, ondanks de artistieke talenten, die eraan ten koste kunnen zijn gelegd. Om dezelfde reden vallen ook buiten den kring der kunstwerken in den hier bedoelden zin: tableaux-vivants, gecostumeerde optochten13, uitstallingen voor winkelruiten of op tentoonstellingen enz. enz.