Note 107 — De objecten
Reading edition
Er blijkt verder uit niets, dat de weglating van de bovengenoemde uitdrukkingen, die in de wet van 1817 voorkwamen, geschied is met de bedoeling, die mr. Scholten onderstelt. Wat in de memorie van toelichting daaromtrent wordt opgemerkt, geeft niet den minsten grond voor deze meening. Men leest daar107: „De in de tegenwoordige wet (d.i. dus de wet van 1817) gebezigde bewoordingen „geheel of gedeeltelijk, verkort of verkleind, zonder onderscheid van vorm of inkleeding” zijn weggelaten, deels omdat zij niet van onduidelijkheid zijn vrij te pleiten, deels omdat de erkenning van het regt van den auteur op het geheele werk voldoende is, om ook zijn regt op een gedeelte daarvan boven twijfel te stellen.”