Note 97 — De objecten
Reading edition
In eene beslissing van het Hof van Parijs van 17 Juni 189797 werden bewerkingen van opera-tekstboekjes, waarop auteursrecht bestond, voor ongeoorloofd verklaard, o. a. op dezen grond, dat die bewerkingen inhielden: „... le résumé fidèle et l’analyse exacte des livrets et pièces...” en dat daarin waren weergegeven: „la substance de ces oeuvres, leur plan général, le développement de leurs épisodes, les situations, les personnages... etc.” Hier valt—zooals men ziet—een streven waar te nemen om de bestanddeelen der auteurs-schepping aan te wijzen, die—ook zonder dat de tekst woordelijk was nagedrukt—in de bewerking waren overgenomen. Eene soortgelijke overweging vindt men in een vonnis van de Seine-rechtbank van 23 Juni 189798. De bewerking in kwestie was hier een roman, getrokken uit het tooneelstuk La Tour de Nesle van Alexandre Dumas en Gaillardet. In het vonnis wordt verklaard: „... Que le sujet, le plan, son agencement et ses développements, la marche de l’action, le groupement des personnages et les mobiles qui les font agir, les passions qu’ils ressentent, les sentiments qu’ils expriment, apparaissent également dans l’original et dans la copie servile qu’ils en ont faite,” en even verder: „... Que si, dans leur insipide délayage en plus de 2000 pages ... les défendeurs ont ajouté d’innombrables incidents..., ils ont, du moins, pris toute la substance du drame... etc.” Dit vonnis werd bevestigd door het Hof van Appel van Parijs (25 Jan. 1900), dat zijne beslissing met bijna dezelfde bewoordingen motiveerde99. Wat de Fransche rechter hier „la substance du drame” noemde, komt vrijwel overeen met Kohler’s „Imaginäre Bild”100.