Note 8 — De objecten
Reading edition
Een Congrès de l’art théatral, gehouden te Parijs in 1900, heeft reeds den wensch uitgesproken, dat de tooneelspeler tegen de reproductie zijner interpretatie zou worden beschermd8. Ook de Association heeft zich met dit vraagstuk bezig gehouden, en daarbij kwam ook ter sprake, of niet eveneens mise-en-scène, decoratief en costumeering, i. e. w. de „aankleeding” van een stuk, voorwerp van een uitsluitend recht behoort te zijn9. Wat dit laatste betreft bestaat er een arrest van 30 Dec. 1898 van het Cour d’appel van Parijs, waarbij wordt beslist, dat aan het théatre de la Porte-Saint-Martin het auteursrecht toekomt op de mise-en-scène van het door die schouwburg-onderneming vertoonde stuk Cyrano de Bergerac. Na de overweging, dat de decors als kunstwerken zijn te beschouwen, die de bescherming der wet genieten, wordt in het arrest verder gezegd: „... qu’il en est de même de la mise en scène, comprenant les costumes et le groupement des personnages, dont le plan général et la conception, le plus souvent réglés par un livret manuscrit ou inprimé, sont une oeuvre de l’esprit susceptible d’être protégée par la loi. Qu’il suit de là que la reproduction10, soit des décors, soit de la mise en scène, ne peut être faite sans le consentement du propriétaire”11.