← Table of contents
Het Auteursrecht in het Nederlandsche en internationale recht

Note 89 — De objecten

Reading edition

Het enkele feit, dat iemand een boek vertaalt geeft hem—het is reeds herhaaldelijk gezegd—niet het minste recht op dat boek zelf. De rechten van den oorspronkelijken schrijver, en in het bijzonder diens uitsluitend vertalingsrecht, worden daardoor in geenen deele verkort. Dit heeft tot gevolg, dat de vertaler niet altijd volkomen vrij is in de uitoefening van zijn recht op de vertaling. Eene exploitatie van de vertaling is tevens eene exploitatie van het oorspronkelijke werk d. w. z. van den innerlijken vorm en den inhoud daarvan. Zoolang dus het uitsluitend vertalingsrecht van den schrijver bestaat, mag de vertaler niet zonder diens toestemming zijne vertaling in druk uitgeven of, zoo het een tooneelstuk is, doen opvoeren, en daarom heeft de vertaler niet veel aan zijn recht, indien deze toestemming niet is verkregen. Doch voor het ontstaan van het recht des vertalers is dit geen beletsel. In sommige wetten (o. a. in de vroegere Duitsche wet § 50 en in de Berner Conventie van 1886 art. 6) werd het recht van den vertaler alleen verleend voor „rechtmatige vertalingen”, waaronder men dan had te verstaan vertalingen, die niet in strijd met het uitsluitend vertalingsrecht op het oorspronkelijke werk waren uitgekomen. Men heeft dit verdedigd door erop te wijzen, dat het niet aangaat den dief te beschermen89. Dit argument gaat hier echter niet op. Dat de vertaler een wederrechtelijk gebruik maakt van het werk van een ander is nog geen reden om hem het recht op zijn eigen werk te ontnemen. Dit laatste heeft hij niet gestolen en het is dus geen „bescherming van den dief” hem dit te laten behouden. Men wil toch niet, dat iemand, die b.v. in een hem toebehoorende kruik wijn van zijn buurman steelt, daardoor het recht op zijne kruik verbeurt?

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings