Note 86 — De objecten
Reading edition
De „gelijkstelling” met oorspronkelijke auteurs beteekent natuurlijk niet, dat de vertaler dezelfde rechten heeft, die hij zou kunnen doen gelden, indien het door hem geleverde een eigen, oorspronkelijk werk was. De vertaler is alleen auteur van den uiterlijken vorm86; het object van zijn recht is—zooals trouwens ook onze wet heel goed doet uitkomen—niet het vertaalde geschrift, maar de vertaling. Op den innerlijken vorm en den inhoud kan hij niet het minste recht doen gelden. Het uitgeven van eene andere vertaling van hetzelfde geschrift is derhalve geen inbreuk op het recht van den eersten vertaler. Evenmin kan deze zich er tegen verzetten, dat van zijne vertaling weer eene andere vertaling of bewerking in het licht wordt gegeven. Wat dit laatste betreft schijnt Mr. Veegens tot de tegenovergestelde meening over te hellen. De gelijkstelling van vertalers ten opzichte van hunne vertaling met auteurs pleit er volgens dezen schrijver voor, dat de vertaler zich volgens onze wet ook, overeenkomstig artikel 5b, het uitsluitend recht tot het uitgeven van vertalingen van zijne vertaling in andere talen kan voorbehouden87. Dit zou echter beteekenen, dat de vertaler recht kreeg op een werk, aan welks voortbrenging hij part noch deel heeft gehad. Gesteld een Russische roman is in het Hollandsch vertaald en deze Hollandsche vertaling wordt door een derde weer in het Duitsch overgebracht. Zelfs als wij aannemen, dat deze laatste geen Russisch kende en dat hij dus de Hollandsche vertaling bepaald noodig had om zijne Duitsche bewerking te kunnen maken, dan nog kan in de uitgave van deze Duitsche bewerking niet gezien worden een exploiteeren van het werk van den Hollandschen vertaler. Immers wat de bewerker van de Duitsche vertaling aan de Hollandsche heeft ontleend beperkt zich tot den innerlijken vorm en den inhoud van den roman, tot die bestanddeelen dus van het werk, welke de bewerker der Hollandsche vertaling op zijne beurt weer van den oorspronkelijken Russischen schrijver had overgenomen. Dit kan dus nooit als een inbreuk worden beschouwd op het recht van den Hollandschen vertaler. Twijfel hieromtrent is naar mijne meening—ook wanneer alleen rekening wordt gehouden met wat onze wet bepaalt—volkomen uitgesloten. Alleen „de vertaling” is voorwerp van des vertalers recht; dit is voldoende om de vraag in den bovengemelden zin te beantwoorden.