Note 6 — De objecten
Reading edition
Er bestaan buiten de genoemde kunsten nog wel andere, waarin aesthetische scheppingen kunnen worden voortgebracht, die zich in abstracto zouden leenen om voorwerp van een uitsluitend exploitatierecht te zijn, analoog met het auteursrecht. Ook aan de praestaties van de uitvoerende kunstenaars (tooneelspelers, zangers, instrumentbespelers en orkestleiders) kan het karakter van artistieke schepping niet worden ontzegd; men spreekt immers wel van de „creatie” van een tooneelspeler in een bepaalde rol. Dat zich ten aanzien van deze kunsten de behoefte aan een uitsluitend recht van exploitatie in het verkeer nog niet algemeen heeft doen gevoelen, kan misschien voor een deel worden verklaard uit het feit, dat het tot nu toe slechts in beperkte mate en op gebrekkige wijze mogelijk is, deze kunstpraestaties buiten toedoen van den „auteur” te exploiteeren. Doch evenals de uitvinding van de boekdrukkunst de behoefte aan kopierecht heeft doen ontstaan en de verschillende reproductie-methodes van prenten en schilderijen tot het verleenen van auteursrecht op werken van beeldende kunst hebben geleid, is het niet geheel onmogelijk, dat nieuwe uitvindingen in de toekomst gevolgen van soortgelijken aard zullen meebrengen. Er zijn zelfs reeds twee uitvindingen van de laatste jaren, die in dit opzicht niet geheel zonder gevolg zijn gebleven, n.l. de phonograaf of grammophoon en de kinematograaf. De eerste dient, zooals bekend, tot het reproduceeren van klanken, die door middel van een naald, die op bepaalde wijze op de geluidstrillingen reageert, in een cylinder of plaat zijn gefixeerd. Vocale en instrumentale muziek en ook de sprekende menschelijke stem worden door middel van de daarvan gemaakte phonogrammen nauwkeurig hoorbaar weergegeven6.