← Table of contents
Het Auteursrecht in het Nederlandsche en internationale recht

Note 42 — De objecten

Reading edition

Om niet al te uitvoerig te worden, zal ik het bij deze aanhalingen laten. Wat deze beschouwingen vooral belangrijk maakt, is dat zij grootendeels afkomstig zijn niet van theoretici, maar van de dichters zelf, die hun leer ook in toepassing brachten. De Nieuwe Gids-school bracht niet alleen nieuwe—of althans in ons land te dien tijde ongewone42—begrippenover de poëzie, maar zij gaf ook verzen, waarin het „nieuwe geluid” was te hooren, voor wie er ooren voor hadden. Tot deze laatsten behoorde blijkbaar niet mr. Levy, die het had over „... den klinkkank en den zingzang, onvoldragen vruchten eener aanstormende bent,” enz., woorden, die moeilijk op iets anders dan op de Nieuwe Gids-beweging betrekking kunnen hebben. Over dit gebrek aan waardeering valt niet te strijden, en allerminst hier. Subjectieve opvattingen over kunst of literatuur zijn in eene verhandeling over auteursrecht van geen belang. Doch behoeft men zich over de kunstwaarde, die men zelf aan een werk of aan een bepaald soort van werken hecht, niet uit te laten; wél noodzakelijk is het, dat men zich de bewondering of waardeering van anderen althans kunne verklaren. Indien men als een volslagen vreemde tegenover het werk staat, zal het moeilijk vallen, er de ontleding op toe te passen, die noodzakelijk is, om de bestanddeelen te kunnen aanwijzen, welke tezamen het object van des auteurs recht uitmaken. Geen kritisch oordeel wordt dus vereischt, maar wel eenig inzicht in de kunstwaarde en het kunstbegrip dat aan de werken ten grondslag ligt. Dit objectieve standpunt hoop ik bij de enkele opmerkingen, welke ik over de leer in kwestie nog laat volgen, niet uit het oog te verliezen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings