Note 35 — De objecten
Reading edition
Ik meen dat deze argumenten, die van gezaghebbende zijde afkomstig zijn, en die toch geen psychologen of taalkundigen vereischen om op hunne juiste waarde te worden geschat, mijn standpunt voldoende rechtvaardigen. Taal en gedachte houd ik dus niet voor één en hetzelfde; met Steinthal35 meen ik te moeten onderscheiden tusschen den „darzustellenden Gegenstand” en de taal, die „den Gegenstand darstellt”; dus tusschen datgene wat de schrijver heeft te zeggen en de reeks van woorden en zinnen, waarmede hij het gezegd heeft. Noemt men nu het eerste den inhoud en het tweede den vorm van het geschrift, dan kan derhalve in het algemeen worden gezegd, dat de inhoud niet onherroepelijk aan dien éénen vorm gebonden is, maar dat hij een eigen bestaan heeft; al moet worden toegegeven, dat het niet bij alle geschriften volkomen zal gelukken, een anderen vorm te vinden, waarin men den gegeven inhoud in wezen onveranderd terugvindt.