← Table of contents
Het Auteursrecht in het Nederlandsche en internationale recht

Note 18 — De objecten

Reading edition

Met zijne onderscheiding tusschen het tweeërlei gebruik, dat van de taal kan worden gemaakt, het „künstlerische” en het „nicht-künstlerische”, heeft Kohler een juist en doeltreffend criterium aan de hand gedaan om te beoordeelen, of een geschrift al dan niet tot de auteursproducten is te rekenen18. Vele schrijvers hebben zich met deze vraag beziggehouden; want dat niet alles wat gesproken of geschreven kan worden een door auteursrecht beschermd „geschrift” is, daarover zijn allen het wel eens. De moeilijkheid was echter, om de kenmerkende eigenschappen juist en duidelijk te omschrijven. Gierke stelt b.v. als eisch: „Um aber ein Schriftwerk (n.l. volgens de Duitsche wet) zu sein, muss das sprachliche Erzeugniss die Merkmale eines Geisteswerkes tragen, sich also als ein durch Formgebung individualisirter Gedanken-inhalt darstellen,” en eenige regels verder: „Es muss sich als originale geistige Schöpfung offenbaren, die so nur aus der Arbeit eines bestimmten Geistes hervorgehen konnte”19. Dat Gierke het kenmerk vooral in het persoonlijke karakter van de gedachtenuiting zoekt, hangt natuurlijk met zijne theorie der „Persönlichkeitsrechte”, waartoe ook het auteursrecht volgens hem behoort, samen. Overigens is hetgeen hij als vereischte stelt voor een geschrift om voorwerp van auteursrecht te zijn, niet onjuist, al laat m. i. Kohler beter het licht vallen op datgene, waar het voornamelijk op aankomt.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings