Note 24 — De objecten (continued 2)
Reading edition
Als voorbeeld hiervan moge dienen de volgende zin uit een brief van een krankzinnige, medegedeeld door dr. J. P. N. Land, Inleiding tot de Wijsbegeerte 2e druk p. 460 noot 1: „Aangezien ik tot heden geene constitutioneele honig ontving, vermeen ik, dat de gevolgtrekking niet gewaagd mag genoemd worden, te veronderstellen, dat er eene honige constitutie bestaat.” Eene dergelijke zin, of eene aaneenschakeling van zinnen van dezen aard, kan geen voorwerp van auteursrecht zijn, ook al komen er geen fouten in voor tegen de taal- en stelregels. Men heeft hier te doen, niet met eene gebrekkige, maar met eene mislukte uiting in woordvorm.