Note 163 — De objecten (continued 2)
Reading edition
Er is ook nog tegen een auteursrecht op werken der bouwkunst het argument aangevoerd, dat eene dergelijke bescherming niet noodig was, daar de bouwkundigen tegen reproductie hunner werken, voorzoover deze mogelijk is, reeds voldoende bescherming vonden in het auteursrecht op de bouwkundige teekeningen. Doch ook dit is niet juist. Het auteursrecht op de bouwkundige teekeningen (die behooren tot de „technische en wetenschappelijke kaarten en platen” waarover hierboven in § 3 is gesproken) heeft alleen betrekking op de reproductie dier teekeningen zelf. Alleen de vorm en niet de inhoud (d. i. dus hier: de schepping van den bouwmeester) is object van het auteursrecht163. De bouwkundige teekening is niet de verwerkelijking van het bouwwerk; zij bevat slechts de aanwijzingen, die tot de verwerkelijking in staat stellen. Het onderscheid tusschen auteursrecht op bouwkundige teekeningen en dat op de bouwkundige werken zelf bestaat dus hierin, dat het laatste de uitsluitende bevoegdheid geeft tot reproductie of verwerkelijking in alle vormen; niet alleen het uitsluitend reproductie-recht van de teekeningen, maar ook het recht, het gebouw naar de teekeningen uit te voeren, en tevens het eenmaal uitgevoerde gebouw weer op andere wijze, b.v. door photographie, te reproduceeren.