← Table of contents
Het Auteursrecht in het Nederlandsche en internationale recht

Note 158 — De objecten (continued 2)

Reading edition

Dat men deze beide rechten niet goed uit elkaar hield, blijkt ook uit de bepaling van art. 11 van het Ontwerp. Daar vindt men de bepaling, dat het recht van art. 4 (het recht dus van den reproductor op zijne reproductie) duurt: „tien jaren of zooveel langer als het auteursrecht op het oorspronkelijke kunstwerk nog van kracht blijft”. Vooreerst is de bijzondere termijn van korten duur (het auteursrecht op oorspronkelijke werken duurt volgens het Ontwerp vijftig jaar) hier misplaatst. In de memorie van toelichting werd dit verdedigd met een beroep op eene analoge bepaling in de W. A. R. ten aanzien van het recht van de vertalers op hunne vertaling: „de duur van dit recht is echter hier op tien jaren en dus veel langer dan dat van den vertaler op zijne vertaling gesteld ... enz.”158. Duidelijk blijkt hieruit, dat men het recht van den vertaler verwarde met het uitsluitend vertalingsrecht; immers alleen dit laatste wordt door de W. A. R. aan den korten termijn van vijf jaar gebonden. Doch eene verwarring van dezelfde soort blijkt ook uit de laatste zinsnede van art. 11, volgens welke het auteursrecht op de reproductie even lang duurt als dat op het oorspronkelijke kunstwerk. De bepaling is klaarblijkelijk gemaakt ter wille van den auteur van dit laatste, want er bestaat geen reden den navolger van een wél beschermd kunstwerk een langer recht te geven dan hem, die een niet-beschermd kunstwerk ter navolging heeft gekozen. De oorspronkelijke auteur heeft echter aan zijn eigen recht genoeg, daar dit hem ook tegen de reproductie van eene reproductie beschermt.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings