← Table of contents
Hermelijn

Note 4 — XXVII.

Reading edition

Een oude vrouw, afzichtelijk zooals de Javaansche Nènèks4 er uit kunnen zien, hinkte langs de graven, tot zij aan de heilige koeboeran kwam: zij leunde op een stok, haar kleeren waren oud en versleten al hingen zij nu juist niet in flarden langs haar leden. De sarong hoog opgebonden liet een paar bruine, knokelige staven zien, die beenen verbeeldden, daar zij uitliepen in voeten met ver uitstaande teenen; de badjoe5, met de gebruikelijke split op de borst, was ook veel te kort en liet een verdroogd zwart vel zien, dat los en gerimpeld over het gelaat hing, waarin een voorstander der zoogenaamde apentheorie misschien bewijzen voor zijn leer kon vinden. De neus was plat en van wijde gaten voorzien, de mond afschuwelijk, de lippen gebarsten en blauw paars gekleurd; de schaarsche haren van een vuil grijswit waren in een kleine knoop samengebonden, en lieten den kalen kruin geheel bloot.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings