Note 8 — XX.
Reading edition
Poppie deed op gewone dagen als er geen logés waren alles op een diep bord en zette den hoogen rijstberg voor August, die in zijn luiaardstoel lag en zoo dineerde, dan nam zij op een ander bord een bijna even grooten hoop, ging met de onnavolgbare vlugheid van een Indische vrouw op de baleh-baleh8 zitten, de beenen kruisgewijze onder haar gevouwen en begon met haar vijf vingers eerst zich zelf te voeren en dan haar talrijk kroost, dat op bloote voeten om haar heen trippelde of wel op de baléh-baléh klom, stoeide, griende, kibbelde om elk stukje vleesch dat Adik meer kreeg dan Non, of om elke hap, die een beurt oversloeg bij Pietje of Jootje; zoo hadden ten huize van August de middagmalen plaats. De grootere kinderen kregen een batok (uitgeholde klappernoot) vol rijst en toebehooren en gingen ergens op de trappen zitten of in den tuin en kwamen zich aanmelden als de voorraad uitgeput was. Na het diner of de lunch, nam mevrouw Poppie haar mooie schildpadden sirihdoos en tracteerde zich zelf op een pruimpje dat zij met grooten smaak toebereidde; zij spoelde daarna echter steeds haar mond en durfde zich niet te veel aan haar liefhebberij overgeven; want als Corona er achter kwam, wist zij wel, wat er volgen zou.