Note 1 — XX.
Reading edition
Vredige dessa’s1 brachten met hun goudbruine daken afwisseling in die zee van groen, en sawahs2, dambordvormig afgedeeld, daalden trapsgewijze de hellingen af. Het groote huis lag tegen den heuvelrug aan, vanwaar men een uitgestrekt gezicht had; hoogerop, dieper in het woud, bevond zich het land, waarover August het opzicht had.