Note 3 — Hoofdstuk XIV. Folklore.
Joanna Petronella Wesselink-van Rossum translation
Er was een koning, die twee zoons had; de een was sluw en onrechtvaardig en de andere goed en rechtvaardig. Toen zijn tijd gekomen was, stierf de koning en de onrechtvaardige zoon zei tegen zijn broeder: “Daar gij jonger zijt dan ik, kunt gij niet verwachten, dat ik den troon met u deel; gij deedt daarom beter het paleis te verlaten. Neem deze driehonderd tzechins3 en een paard mee; dat is jou aandeel in de erfenis.”