Note 3 — Hoofdstuk XII De heiligen verdeelen de schatten.1
Joanna Petronella Wesselink-van Rossum translation
Daarop sprak Beata Maria onder haar snikken door: “O mijn lieve broeder, gij Donderaar Elias. Hoe kan ik nalaten tranen te storten, nu ik juist uit Indië ben teruggekeerd, uit Indië, dat gevloekte land? In dat ontaarde land heerscht volstrekte regeeringloosheid; het volk heeft geen eerbied voor zijn meerderen; kinderen gehoorzamen hun ouders niet; ouders vertreden hun kinderen onder hun eigen voeten. (dat hun wangen blozen bij den divan3 voor God, die de waarheid zelf is). De eene koom beschuldigt den ander voor den rechter en legt een valsche getuigenis tegen hem af—waarmee hij zijn eigen ziel verliest, en nadeel toebrengt aan hem, die als getuige aanwezig is geweest bij zijn huwelijk of doop; de broeder daagt den broeder uit tot een tweegevecht; een bruid is niet veilig in handen van een dezer, en helaas, zelfs nog ontzettender dingen heb ik gezien!”