Note 2 — Hoofdstuk IV. Kralyevitch Marko; of de koninklijke prins Marko. (continued 2)
Joanna Petronella Wesselink-van Rossum translation
Ten einde te illustreeren hoe vast dit geloof in geheel Servië wortel heeft geschoten, haalt de schrijver het volgende uit zijn artikel (verkort) aan: “Hoe een Servische Prins uit de veertiende eeuw in den laatsten oorlog op een wonderlijke wijze een overwinning behaalde.” The International Psychic Gazette Mei 1913.
“Toen wij verleden jaar den 15den November te Skoplye (Uskub) kwamen, gaven de Servische officieren een betrekkelijk kostbaar feestmaal in hun kazerne ter eere van den generaal-chirurgijn Bourke en de twee Britsche afdeelingen van het Roode Kruis, bij welke gelegenheid de bejaarde generaal Mishitch ons het volgende voorval vertelde uit den slag van Prilip, die een paar dagen te voren was geleverd.
“Onze infanterie had voor dien slag, welke eenig is in de geschiedenis der veldslagen, het bevel gekregen een geforceerden marsch te maken. Zij moest aan den voet van den berg Prilip, waarop eens het kasteel van Marko stond, wachten op de uitwerking van onze artillerie, die zoowel in aantal als in hoedanigheid, die der Turken overtrof. Zij was gewaarschuwd het fort vooral niet te bestormen, voordat het bevel daartoe door den opperbevelhebber gegeven was. Dit was volstrekt niet overbodig, want onze soldaten hadden kort te voren verscheidene slagen met de punt van de bajonet gewonnen en waren er van overtuigd, dat niets de Turken zoo kon verschrikken als het gezicht van de glinsterende bajonetten der Servische troepen. Ook wisten zij, dat enkel het geroep Na noge! van de Bulgaren, voldoende was geweest om de Turken bij Kirk-Klissé en Lülé Bourgass op de vlucht te jagen.
“Gedurende den vroegen morgen hield de infanterie zich rustig, maar reeds bij de eerste kanonschoten merkten wij een ongewone beweging onder onze troepen en spoedig daarna hoorden wij een woest geschreeuw en zagen wij hen als wolven regelrecht op het kasteel van den koninklijken Prins Marko aansnellen. Ik kon hooren, hoe kapitein Agatonovitch hen beval te blijven staan en het sein tot den aanval van den generaal af te wachten.
“Toen de troepencommandanten zagen, dat discipline machteloos bleek, beproefden zij te vergeefs een beroep te doen op het gezond verstand van de soldaten. Zij voorspelden hen een zekeren dood, indien zij tenminste de uitwerking der artillerie niet afwachtten, maar hun woorden werden overstemd door het gebulder van het Turksche belegeringsgeschut en de mitrailleuses, en onze soldaten liepen regelrecht het vuur in, waar zij bij dozijnen schenen te vallen! Het was een afschuwelijk gezicht. Ik was niet in staat mijn manschappen tot staan te brengen. Mijn bloed stolde, ik sloot mijn oogen. Een rampzalige nederlaag! Demoraliseering van de andere troepen! Mijn eigen degradatie was zeker!
“Na een poosje hield onze artillerie op met vuren, daar zij anders de eigen troepen gedood zou hebben, die nu de bajonetten kruisten met de Turksche infanterie. Eenige oogenblikken later zagen wij de Servische nationale kleuren van den slottoren van het kasteel van Kralyevitch Marko wapperen. De Turken vluchtten in de grootste wanorde. De overwinning onzer troepen was even volkomen als snel geweest!
“Toen wij iets later op het tooneel van den strijd kwamen, werd er een parade bevolen. Na het appel merkten wij, dat ons verlies betrekkelijk onbeteekend was. Ik prees mijn helden voor hun dapper gedrag, maar berispte hen scherp over hun ongehoorzaamheid. Bij mijn laatste vermanende woorden riepen die duizenden soldaten als uit een mond: ‘Kralyevitch Marko beval: Voorwaarts! Heeft u hem niet gezien op zijn Sharatz?’
“Het was mij duidelijk, dat de overlevering van Kralyevitch zoo diep in het hart van deze eerlijke en heldhaftige mannen was gegrift, dat zij in hun levendig enthousiasme de incarnatie van hun held hadden gezien.
“Ik zond de troepen weg en beval hun de geheele week een dubbel rantsoen voedsel en wijn te geven. Elke tiende man ontving een ‘Medalya za Hrabrost’ (medaille voor moed).” ↑