← Table of contents
Handboek voor Bijenhouders

Note 2 — II. DE BIJENTEELT.

Reading edition

Bij deze woningen kan men zich overtuigen of er eene moederbij aanwezig is, en zoo ja, of zij die eigenschappen bezit, die voor de welvaart van den stok noodig zijn: of zij vruchtbaar is en het broed geregeld afzet, zonder er ledige plaatsen tusschen te laten of, wat nog erger is, hommelbroed onder het werkbijenbroed aan te zetten. Men kan er zich van verzekeren dat eene jonge moederbij geen gebrek aan de vleugels heeft, dat haar het houden der bevruchtings-uitvlugt zou beletten; of zij vruchtbaar geworden en met de eijerlage begonnen is, en of er volk genoeg aanwezig is om de eijeren te bebroeijen en voorraad op te halen. Met veel meer zekerheid, dan het wegen met de hand dit leeren kan, ziet men in deze woning, of zij rijk of arm aan volk en voorraad is, of er veel of weinig broed is aangezet. In geene andere woning kan men het natuurlijk evenwigt zoo spoedig en gemakkelijk, en tevens zoo doelmatig herstellen, als dit hier door het inhangen van tafels, met broed, honig of bloemenstof gevuld, kan geschieden. Is men van den goeden staat zijner overstanders verzekerd, dan gaat men den winter gerust te gemoet, en wanneer er met het voorjaar weder leven en bedrijvigheid in den stok ontstaat, dan kan men met eene Dzierzon’sche woning handelen, zoo als geene andere dat toelaat. Zonder het broedaanzetten in het minst te verstoren, kan men het broednest vernieuwen, het hommelwas geheel verwijderen en de beschadigde tafels met nieuwe verwisselen. Ingeslopen wasmotten kunnen weggevangen en de woning kan geheel gereinigd worden. Wanneer een natuurlijke zwerm of een kunstzwerm wordt opgezet, dan kan men hem zonder groote onkosten zijne voorraadschuren geven, waardoor men hem verscheidene dagen van inspanning bespaart, die hij aan de wasbereiding zou hebben moeten opofferen: de moeite en kosten van deze uitrusting zal men ruim beloond zien.2 Het zwermen kan men zoowel bevorderen als verhinderen, en wanneer men kunstzwermen verlangt te maken, weet men vooruit dat het oogmerk bereikt zal worden. Onvolbouwde stokken kunnen in den herfst zeer gemakkelijk met elkander vereenigd worden en in geene woning geschiedt de honigoogst zoo gemakkelijk als in die van Dzierzon. Maar waar zou ik eindigen, indien ik alles wilde opsommen, waartoe deze woningen ons in staat stellen? Ieder bijenkweeker, die behoorlijk nadenkt, zal moeten erkennen, dat hare inrigting hoogst doelmatig is en dat er bij haar gebruik geene sprake van aardigheid zijn kan, maar dat het eene nieuwe leerwijze geldt, die de bijenteelt op eene hoogte zal brengen, waaraan men vroeger niet kon denken.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings