← Table of contents
Granida

Note 42 — INLEIDING1

Reading edition

Zij beroept zich op de natuur. Hare natuur echter eischt geen afschaffing van den ernst des levens, zij ziet een lager en een hooger leven en kiest het hoogere. Zij is, idealistisch, de wijsgeerige overtuigingen van haar vader, van Tisiphernes,—van den schrijver toegedaan. In den oorspronkelijken aanleg des menschen erkent zij een onbedriegelijk onderscheidingsvermogen voor waar en onwaar, goed en slecht. Klare, naakte waarheid is het, dat het geluk niet in de hoogte gezocht moet worden. O, schijn in goud en zijde gehuld! Slavernij die heerschappij en heerlijkheid heet!42 Ontbering is overvloed, van ’t alleronontbeerlijkste!43 Wat weet de Herder van “’t gezwind ramps overrompelen”, van het speelzieke Geluk, dat met vorstengrootheid lacht?44 Granida’s scherp oordeel hangt een welsprekend tafereel van het hofleven op. Met de aangenaamste kleuren maalt haar gevoelig hart de zaligheid van het herdersbestaan45. Reeds lang heeft de lezer opgemerkt, welk een overeenkomst er is tusschen de ideeën die het thema van Hooft’s Pastorale blijken en de denkbeelden die zich in de achttiende eeuw in Rousseau concentreerden. Gij verwondert u niet meer de stelling te vernemen:

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings