Note 35 — INLEIDING1
Reading edition
Geheel anders dan de Koning, braveert en tergt Ostrobas, de goddelooze geweldenaar, den nijd der Fortuin.35 Hij is een verachter der Godheid. In zijn verwaten snorken (de geïdealiseerde Pyrgopolinices uit het blijspel van Plautus)36 verraadt zich de grenzenlooze ijdelheid van de menschen der Renaissance. Daifilo (die als een edel ridder de Goden vóór den strijd aanroept, wien zijn ideale liefde krachten verleent), is in zijn rustigen moed de aangewezen man om hem te vernederen: David en Goliath.37